|
Kunstenaars:
|
Johan Barthold Jongkind, Willem Witsen, Gerard Bilders,
Geo Poggenbeek, Fred.J.van Rossum du Chattel, Jacob
Ritsema, Nic. Bastert, Hans von Bartels, Harrie Kuijten e.v.a.
|
|
Duur:
|
10 september t/m 17 december 2006
|
|
Adres:
|
Pygmalion Beeldende Kunst, Langegracht 44 te Maarssen
|
|
Openingstijden:
|
Vrijdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur
& op afspraak
|
|
Telefoon:
|
0346-556736
|
|
Web-site:
|
www.pygmalion-art.com |
 |
Water. Geen onderwerp zo oud en steeds weer actueel als water. In de kunst van heden en verleden, en de Nederlandse schilderkunst in het bijzonder, speelt water een hoofdrol. Dat is verklaarbaar vanuit de afhankelijkheid van ons land van het ons omringende water, maar zeker zo belangrijk is in dit geval de schoonheid van water. De glinstering van het licht, de weerspiegeling van het landschap. Denkt u maar eens aan al die kleurrijke zaken die met ons leven met het water samenhangen. Vissen, schepen, schaatsers, havengezichten, vissers in klederdracht; dat alles weerspiegelt zich in de schilderkunst, de visstillevens, de zeegezichten met vissersbootjes, de landschappen met slootjes en bootjes, eenden aan de waterkant, riviergezichten, poldergezichten, watermolens. Het is onvoorstelbaar te zien op hoeveel manieren het water de Nederlandse kunst en cultuur bepaald heeft.
In menig museum in binnen- en buitenland is een afzonderlijke afdeling gewijd aan de Nederlandse kunst van de 17e eeuw. In die periode, de “Gouden Eeuw”, ontwikkelde de kunst zich hier als gevolg van het ontstaan van de Republiek op een volstrekt andere manier dan in de ons omringende landen. Niet de adel en de kerk waren in die tijd bij ons de belangrijkste kunstkopers, maar de rijke burgers. Velen van hen profiteerden van de waterrijkdom van ons land en verdienden ‘sloten’ geld met de visserij en de overzeese handel. Vanzelfsprekend wilden zij dit ook graag verbeeld zien in de kunst die zij kochten en zo ontstonden in de schilderkunst specialisaties uiteenlopend van zeeschilder tot visschilder en van landschapschilder met een voorkeur voor watermolens tot wintergezichtschilder gespecialiseerd in bevroren rivieren en schaatsende mensen. Deze aandacht voor het water is typisch voor de Hollandse kunst gebleken en, zoals te zien op onze tentoonstelling, van alle tijden.
 |
In de 17de eeuw waren embleemboeken zeer populair. Een embleem, eenvoudig gezegd een plaatje met een praatje, bevat elementen van zowel literatuur als van beeldende kunst en is moralistisch-didactisch van aard. Bij de bestudering van de Hollandse schilderkunst uit de 17de eeuw zijn emblemata van groot belang. Eenvoudige stillevens blijken veelal een diepere betekenis te hebben. Ook een hier getoond visstilleven kan gezien worden als allegorische voorstelling van het Water, als een lofzang op de Schepping en als uitbeelding van Gods beloning voor dit zwoegende volk aan de zee.
In de volgende eeuw bleek de markt voor de landschaps- en zeeschilderkunst door de grote productie van de voorgaande eeuw overvoerd. Veel kunstenaars zochten hun heil in de productie van zg. Topografische kunst, vaak gebundeld tot indrukwekkende boeken. Bijzonder geliefd waren de boeken over de gebieden langs rivieren als de Amstel en de Vecht, waar rijke burgers grote buitens lieten bouwen. Een bekend voorbeeld is het boek “De Vechtstroom van Utrecht tot Muyden”(1791) door Daniel Stoopendaal, waarin 102 gravures van huizen en tuinen langs de rivier de Vecht zijn opgenomen. Een vergelijkbaar boek is “Gezichten aan de rivier de Vecht” (1836) door P.J.Lutgers. Van beide boeken tonen wij bijzonder fraai gebonden exemplaren, in enkele gevallen in combinatie met originele werken, waaronder een aquarel van Lutgers voorstellende de buitenplaats Groenevecht te Breukelen.
 |
In de 19de eeuw trok de belangstelling voor de echte schilderkunst weer aan. Mede onder invloed van de Franse impressionisten, met een leidende rol voor de Hollandse schilder Jongkind, kwam het buitenschilderen in zwang, in Nederland vooral beoefend door de schilders van de Haagse School. Als locatie kozen zij graag voor waterrijke gebieden, omdat men daar zo mooi kon spelen met lichtweerspiegelingen. Op deze wijze ontwikkelden dorpjes als Kortenhoef en Noorden zich tot ware kunstenaarskolonies. Ook de rivier de Vecht mocht zich toen weer verheugen in de belangstelling van schilders als N.Bastert en F.J.van Rossum du Chattel, van wie hier meerder werken te bewonderen zijn. Alles bij elkaar biedt deze tentoonstelling met zijn vele schilderijen, prenten en boeken een uniek overzicht van het water als inspiratiebron voor Nederlandse kunst.