|
DE GESCHIEDENIS VAN DE WATERLINIE VAN 1672 - 1963Vroegere waterlinies in de provincie UtrechtHet inunderen werd in ons land al langer toegepast, voor het afweren van een vijand, en soms ook om die te verdrijven, zoals bij het beleg van Leiden (1574). Mogelijk dat de toen opgedane ervaringen - die overigens beperkt waren tot de omgeving van afzonderlijke vestingen - voor de Staten van Holland en Utrecht aanleiding waren, in 1589 een plan te doen opstellen om met behulp van inundaties en verdedigingswerken (schansen en forten) een verdedigingslinie aan te leggen langs de Vecht en de Vaartse Rijn. Aan Prins Maurits wordt de uitspraak toegeschreven, dat hij Holland achter zo'n linie met 10.000 man tegen de "gansche werelt" zou kunnen verdedigen.
Vanwege onenigheid tussen Holland en Utrecht hielden de Staten van Holland ook rekening met het voeren van verdediging in de lijn vanaf Schoonhoven langs Oudewater, Woerden en Nieuwersluis, en verder noordwaarts langs de Vecht.
De (oude) Hollandse WaterlinieWerd de in Utrecht aangelegde linie in 1629 geen krijgstoneel, anders liep het bijna een halve eeuw later. In het rampjaar 1672 - toen ons land werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Keulen en Munster - trok een Franse legermacht van 80 000 à 100 000 man langs twee opmarswegen vanuit het oosten ons land binnen. Utrecht werd ingenomen terwijl een ander deel van het leger oprukte naar Amsterdam.
De Fransen zijn er niet in geslaagd door de linie heen te breken. Wel wisten zij in december 1672 bij Woerden - waar de inundaties slechts enkele kilometers breed en bovendien bevroren waren - met ruim 9000 man achter de linie te komen en onder andere Zwammerdam te plunderen. Doordat de dooi inviel, moesten zij zich ijlings terugtrekken. Nadat de Fransen in 1673 zich hadden teruggetrokken, werd de linie verbeterd. Verschillende werken werden veranderd in permanente forten, nieuwe forten werden gebouwd en de sluizen werden verbeterd, zodat de waterinlaat niet langer door het doorsteken van dijken behoefde te geschieden. Naarden - gelegen vóór de inundaties - werd volgens de nieuwste inzichten gemoderniseerd.
Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) is - hoewel ons land aanvankelijk buiten het conflict bleef - bij Naarden een proefinundatie uitgevoerd. In april 1748 werd water vanuit de Lek ingelaten.
De Hollandse Waterlinie werd opnieuw in staat van paraatheid gebracht tijdens de verwikkelingen tussen de patriotten en de Oranjegezinden in 1786. Er werden inundaties gesteld om de door de prinsgezinden te hulp geroepen Pruisische troepen te stoppen. Doch voordat het zover was kregen de Pruisen het zuidelijk deel van de linie, tussen de Maas en Vianen, in handen.
Nadat de jonge Franse republiek ons (in 1793) de oorlog had verklaard, werd het zuidelijk deel van de waterlinie - tussen de Lek en de Biesbosch - geïnundeerd. Desondanks trokken de aanvallers in de strenge winter 1794/1795 over de bevroren grote rivieren bij de Langstraat en ten noorden van Breda.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie [NHW]In de Franse tijd (de Bataafse republiek 1795-1806, het Koninkrijk Holland 1806-1810 en de annexatie door het Franse keizerrijk 1810-1814) is de aanzet gegeven voor een ingrijpende verandering van de Hollandse Waterlinie. De vestingbouwkundige C.R.Th.Krayenhoff heeft hierop grote invloed gehad. Als Directeur der Hollandse Fortificatiën bracht hij een aantal verbeteringen in de linie aan. Een poging om de stad Utrecht achter de linie te brengen, mislukte evenwel.
Na de inlijving bij Frankrijk besliste de Franse keizer Napoleon (I) dat de lijn Naarden - Gorinchem deel zou uitmaken van de verdedigingslinie van zijn keizerrijk. Tot een uitvoering van dit besluit is het evenwel niet gekomen.
Na het herstel van onze onafhankelijkheid besloot koning Willem I op advies van Krayenhoff - die hij tot Inspecteur-generaal der Fortificatiën had benoemd - Utrecht binnen de Hollandse Waterlinie te brengen.
N.B. Aanvankelijk werd daarvoor de benaming "Utrechtse linie" gebruikt. De naam "Nieuwe Hollandse Waterlinie"kwam pas na 1865 in gebruik. De vroegere, langs Woerden en Schoonhoven lopende linie werd sedertdien aangeduid als "Oude Hollandse Waterlinie".
Begonnen werd - in 1815 - met de bouw van verscheidene waaiersluizen waarmee de inlaat van het water kon worden geregeld. In de jaren 1816-1824 werden achtereenvolgens ten oosten van Utrecht de forten aan de Biltstraat, 't Vossegat, Blauwkapel, de Gagel en de Klop gebouwd. Op de hooggelegen, en daardoor niet inundeerbare Houtense Vlakte kwamen vier lunetten. Ten zuiden van Utrecht werden het fort bij Jutphaas aangelegd en de werken bij Vreeswijk en 't Spoel aangepast.
Tussen 1824 en 1840 is er aan de NHW niet gebouwd, onder meer omdat in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) omvangrijke fortificatiewerkzaamheden werden verricht.
Na de afscheiding van België werden de bouwactiviteiten in de NHW hervat. De meeste werken kregen bomvrije gebouwen, veelal een wachthuis met dikke muren. Ook was dit de periode van de torenforten: ronde gemetselde torens van 30 à 40 m diameter met twee of drie verdiepingen, waarvan de bovenste boven de omwalling uitstak en voorzien was van een gronddekking.
Gebreken in de praktijkIn de zomer van 1870 brak de Frans-Duitse oorlog uit. Ons leger werd gemobiliseerd. Hoewel dit van korte duur was (in het najaar werd reeds gedemobiliseerd) leidde de toen opgedane ervaring met de nieuwe forten tot de conclusie, dat een aantal belangrijke aanpassingen nodig was. Zo bleken er onvoldoende bomvrije ruimten voor logies en voor opslag van munitie te zijn.
Vestingwet 1874Een belangrijke impuls voor de vestingbouw was de totstandkoming van de Vestingwet in 1874. Daarin werd onder meer duidelijk vastgelegd dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie de hoofverdedigingsstelling van ons land zou zijn, met de Grebbelinie als vóórstelling en een te creëren Stelling van Amsterdam als nationaal reduit.
Ter voltooiing van de NHW werden in de daarop volgende jaren wederom een aantal forten gebouwd en voorzieningen getroffen om de vastgestelde tekortkomingen van bestaande werken - zoals onvoldoende bomvrije legeringruimten en magazijnen - te verhelpen.
Verdere ontwikkeling van de artillerieEen zeer belangrijke stap in de snelle en veelomvattende ontwikkeling van de artillerie, die begon met de invoering van het geschut met de getrokken loop in 1860, was de toepassing van moderne zogenaamde 'brisante' springstof in de granaten, in plaats van buskruit. Daardoor werd de uitwerking van de granaten sterk vergroot. De invoering van de brisantgranaat vond plaats omstreeks 1885. Dit noodzaakte onder meer tot het verplaatsen van het zware geschut van de kwetsbare open opstellingen op de wallen van de forten naar wisselende en verspreide batterijopstellingen in het zij- en tussenterrein.
Is de NHW gebruikt?In 1870 is de linie in staat van verdediging gebracht, onder meer door het op vele plaatsen opvoeren van het waterpeil tot maaiveldhoogte. Zowel tijdens de mobilisatie 1914-'18 als in 1940 zijn er wel inundaties gesteld, echter niet over de volle lengte van de NHW.
|