|
Hoe oud Weesp precies is, is niet te achterhalen. Aangenomen wordt dat de nederzetting dateert van de vroege middeleeuwen. In 1508 werd de stad bijna tot de grond toe afgebroken door Gelderse troepen. Dat was voor het stadsbestuur een teken de stad nieuw leven in te blazen met behulp van de industrie. In 1355 kreeg Weesp zijn felbegeerde stadsrechten.
De bierbrouwerijen waren de eerste groter werkgevers in het stadje aan de Vecht. Vanaf de zeventiende eeuw namen de jeneverstokerijen de overhand. Weesp werd in die periode zelfs de belangrijkste Hollandse brandersstad.
Uit de achttiende eeuw stamt de fabricage van het welbekende Weesper porselein. De welstand uit die tijd komt duidelijk tot uiting in het stadhuis dat in de periode 1772-1776 is gebouwd door Jacob Otten Husley. Het is een neo-classistisch bouwwerk, dat een prestige-object zou zijn van de rijke stadsbestuurders en een 'cadeautje' van de jeneverstokers en bierbrouwers.
Tegen de negentiende eeuw ging het bergafwaarts met de stad. De Weespers verarmden, totdat omstreeks 1850 de cacaofabriek van Van Houten in Weesp gevestigd werd. Tot ver in de twintigste eeuw leverde de chocolade-fabricage een belangrijke bron van inkomsten en werkgelegenheid.
Rond één van de oude Van Houtenfabrieken staat nu een modern complex van het chemisch-farmaceutisch concern Solvay Pharmaceuticals. Het bedrijf ontwikkelt en maakt geneesmiddelen. Maar ook elders in Weesp werkt men in deze branche. Dat doet toch weer denken aan de tijd van de jenever: want de Weesper jenever werd op de VOC-schepen ook al als "geneesmiddel" tegen scheurbuik gebruikt.
Bron: weesper.nl
|